China Mobile, werelds grootste telco

Het bericht van eind 2006 dat ’s werelds succesvolste zoekmachine, Google, gaat samenwerken met ’s werelds snelst groeiende en zelfs ’s werelds grootste mobiele telco, China Mobile, maakte twee dingen in één klap duidelijk. Dat het met de mobiele telefoniemarkt in China geweldig gaat. En dat de Chinese regering, die grootaandeelhouder van vrijwel alle Chinese providers is, zaken en politiek goed gescheiden houdt. Want Google sloot vlak voor de deal met China Mobile ook een mobile-deal met Taiwan’s Chunghwa Telecom. En Taiwan en China zijn aartsvijanden. Maar voor de business zet de Chinese regering de politiek opzij. En dat is goed nieuws.

Vier miljoen klanten per maand!

China Mobile Communications is het moederbedrijf en grootaandeelhouder, zo’n 76% (het Britse Vodafone heeft 3 %), van China Mobile. Met zo’n 300 miljoen klanten (en paar maand komen daar zo’n vier miljoen bij!) is China Mobile de grootste aanbieder van mobiele telefonie ter wereld. Het bedrijf is onderverdeeld in regionale divisies, die ieder een deel van China bestrijken en heeft een marktaandeel van ongeveer 65%. De grootste concurrent is China Unicom. China Mobile is aan de beurs van Hong Kong genoteerd.

Google is nu samen met China Mobile gestart met de ontwikkeling van mobiele search technologie die dit jaar op de markt komt. De Chinese telecomsector heeft zijn zinnen gezet op de nieuwe belofte: 3G, het breedbandnetwerk voor draadloze telefonie.

Deze nieuwe standaard van ‘derdegeneratienetwerken’, die al op beperkte schaal is ingevoerd in de VS en Japan, maakt veel hogere snelheid van dataverkeer mogelijk voor mobiele telefoongebruikers. Volgend jaar zullen ook de eerste 3G netwerken operationeel zijn en kijkend naar de getallen en groei die China Mobile de afgelopen twee jaar doorgemaakt heeft is hun voorspelling dat ze ten tijde van de Olympische Spelen in 2008 maar liefst 118 miljoen klanten voor 3G zullen hebben niet te gewaagd. Samenwerking met China Mobile is dus zo gek nog niet voor Google. China Mobile is bovendien ook buiten eigen land ambitieus; in januari van dit jaar kocht het voor omgerekend € 220 miljoen een grootaandeelhoudersbelang van 88,9% in de Pakistaanse mobiele provider PakTel.

Dalende en stijgende arpu’s

Veel Chinezen slaan de tussenstap van een vaste telefoonlijn over en kiezen meteen voor een abonnement in combinatie met het nieuwste mobieltje. Waarschijnlijk zullen trouwens onze kleinkinderen (in de westerse wereld dus) een vaste telefoonaansluiting als een gegeven uit de ‘prehistorie’ beschouwen. Dat veel Chinezen als eerste telefoon voor een mobieltje kiezen is gunstig voor China Mobile.

Het overgrote deel van de abonnees van China Mobile is overigens prepaid. Dus niet alleen is er nog een flinke groei mogelijk in China als het gaat om het aantal klanten, maar ook de zogeheten arpu (Average Revenue Per User) kan nog flink omhoog.

Eind september 2006 was de arpu van China Mobile op maandbasis over de eerste 9 maanden van dat jaar CNY 89 (yuan renminbi), wat omgerekend zo’n € 8,9 is. Er was sprake van een stijging, want het maandgemiddelde over de eerste negen maanden van 2006 was. CNY 88. Ook het gemiddelde maandgebruik per gebruiker steeg: van 367 minuten naar 374 minuten. Een stijging van de arpu is knap, want wereldwijd daalt de gemiddelde arpu al een aantal jaren, door de moordende concurrentie tussen de telco’s. Uit recente cijfers van PriMetrica/TeleGeography blijkt dat tussen september 2005 en september 2006 bij 130 telco’s over de hele wereld de gemiddelde arpu met 6.4% daalde.

Niet verbazingwekkend vinden we telco’s met de hoogste arpu’s in landen met een gemiddeld hoog inkomen, vooral dus in West-Europa en de Verenigde Staten. Bijzonder is wel dat telco BTCI uit Turkmenistan de hoogste arpu van allemaal heeft, met een maandbedrag gemiddelde van $ 83! Hutchison UK, de nummer twee op de lijst, staat daar met zo’n $ 65 ver achter. De nummer drie Hutchison Ierland staat bijna gelijk met de nummer twee. Nummer vier is het Amerikaanse Sprint Nextel met een arpu van rond de $ 63 en nummer vijf is Vodafone Ierland met een arpu van $ 60. De vijf hekkensluiters op de lijst van 130 telco’s als het om de arpu gaat zijn Smart uit de Filippijnen, Mobilink uit Pakistan, Telenor uit Pakistan, Vodacom uit Mozambique en Banglalink uit Bangladesh. De arpu van deze vijf telco’s varieert van $ 6 tot $ 3,3

Stijging arpu

Hoe kan de arpu van China Mobile nog verder omhoog? Bijvoorbeeld door de mobile search technlogy die samen met Google ontwikkeld wordt. 3G biedt een scala aan nieuwe diensten die de uitgaven van de gebruiker drastisch zouden kunnen verhogen; videoconferencing, internettoegang en uitwisseling van muziek- en filmbestanden. In totaal versturen de abonnees van China Mobile momenteel al zo’n 800 miljoen smsjes per dag.

Maar er is nog veel meer mogelijk, met 3G. Bovendien krijgen de Chinese consumenten steeds meer te besteden. De reële, voor inflatie gecorrigeerde loonstijgingen in China zullen dit jaar de hoogste van de wereld zijn. In China gaat het om salarisstijgingen tot 9 % voor het hogere management. Dit blijkt uit het Global Pay Day-rapport van Hay Group, waarin de salarisstijgingen voor 2007 in bijna zeventig landen voorspeld worden.

Bovendien, met 1,3 miljard inwoners en nu meer dan 500 mobiele bellers in China - de grootste mobiele markt ter wereld - is er ook nog flinke groei in het aantal abonnees mogelijk. Ook al vlakken de Chinese groeicijfers van mobiele telefonie nu iets af, het aantal gebruikers zal zeker nog stijgen. In West-Europese landen is er vaak een mobieltje per inwoner (een penetratiegraad van 100 %), waarbij de allerjongsten dan ‘gecompenseerd’ worden door mensen die twee of meer mobieltjes hebben. Zover is China nog niet. Maar de Chinese kids zijn al ‘belvaster’ dan de kinderen in Europa. Inmiddels heeft zo’n 60% van alle Chinese schoolgaande kinderen een mobieltje.
Beleggen

Maar is dit enorme en snel groeiende bedrijf nu een goede beleggingsmogelijkheid? Als we afgaan op de koersontwikkeling van 16 maart 2006 tot 23 februari van dit jaar, zeker wel. Het aandeel stoomde vrijwel zonder haperingen op van 37,05 Hong Kong dollar (1 euro is ongeveer 10 HKdollars) naar HK 79,85, een plus van meer dan 100%, in lijn met veel andere Chinese aandelen. Inmiddels is de koers teruggezakt naar rond de HK 69. De koerswinstverhouding ligt momenteel rond de 22 en als naar de verwachte winst voor het huidige boekjaar wordt gekeken op 18. Laten we dat een vergelijken met de koerswinstverhoudingen bij een aantal andere telco’s. Het Amerikaanse Verizon heeft nu een koerswinstverhouding van rond de 17. KPN: 14,5. Vodafone, de grootste telco ter wereld als naar omzet wordt gekeken, zo’n $ 62 miljard, heeft een koerswinstverhouding van rond de 12,7. France Telecom: 11. Het Spaanse Telefonica: 16,8.

D koerswinstverhouding van nu rond de 22 voor China Mobile is dus niet overdreven hoog voor een goed geleid bedrijf, dat vooral veel potentie heeft als de opbrengst per gebruiker gaat stijgen. Ook de gestaag stijgende winst per aandeel en het stijgende dividend van dit door topman Wang Jianzhou geleide bedrijf (dat over het - gebroken - boekjaar 2005 een omzet van $ 30,28 miljard bij een winst van $ 6,67 miljard realiseerde), zijn een positief signaal voor beleggers.

Maar hoe kun je nu als beleggers ‘meedoen’ met dit op de beurs van Hongkong genoteerde aandeel? Beleggen in Hongkong is op zijn minst duur en zeker lastig voor de doorsnee belegger. Een goede mogelijkheid is om in de JP Morgan op China Mobile uitgeven ADR te beleggen. JPMorgan heeft dan aandelen China Mobile in depot en geeft daarvoor de ADR’s op dit aandeel uit. ADR’s zijn eigenlijk een soort trackers, waardoor het mogelijk wordt om te beleggen in voor veel mensen moeilijk te benaderen aandelen in opkomende markten. De ADR die JP Morgan uitgeeft, is genoteerd in New York en volgt nauwgezet de koersontwikkeling van China Mobile. En beleggen in New York is nog altijd een stuk goedkoper dan beleggen in Hong Kong. Een ADR op China Mobile noteert nu rond de $ 47, en is gelijk aan vijf aandelen China mobile. Overigens wordt het dividend ook in dollars uitgekeerd.

Sinds de paparazzi van de financiële wereld ontdekt hebben dat de goeroe-investeerder Warren Buffett stilletjes aandelen van de Zuid-Koreaanse staalgigant aan het aankopen was (Buffetts bedrijf Bershire-Hathaway bezit 4 %, die nu samen zo’n 1 miljard USD waard zijn), zijn POSCO-aandelen de laatste nieuwe rage. Hoog tijd dus om even een kijkje te nemen naar dit symbool van Koreaans succes.

POSCO, ook bekend als Gwangyang Steel Works, werd in 1968 door middel van een staatsmandaat opgericht met het oog op de heropbouw van de zieltogende industriële infrastructuur van het land. Door het samenspel van de gevoerde binnenlandse beschermingspolitiek en de groeiende Zuid-Koreaanse economie, kon het bedrijf floreren. In 2000 werd het geprivatiseerd en schakelde het naar de hoogste versnelling.

Het bedrijf stelt tegenwoordig haast 10.000 werknemers te werk en verwezenlijkt een jaaromzet van meer dan 21 miljard USD, met winstmarges van om en bij 15 %. De meeste investeerders beschouwen staal als een grondstof en zulke hoge marges overtreffen de stoutste verwachtingen. De winsten in de sector van de staalindustrie bereikten in 2006 een hoogtepunt, hoofdzakelijk omwille van de economische hausse op de opkomende markten. Het gemiddelde voor deze industrie schommelde trouwens rond 16 %. Wat is hier dus zo speciaal, als men bedenkt dat POSCO een monopolie heeft?

Een ander gegeven waar investeerders rekening moeten mee houden alvorens op de POSCO-kar te springen is het feit dat meer dan 76 % van POSCO’s inkomsten nationaal worden gegenereerd. Sommigen verklaren het succes van POSCO ten dele aan de hand van de strategische positie van het bedrijf (een directe buur van China), maar de werkelijkheid spreekt dit tegen. Het bedrijf heeft slechts 6 % winst gemaakt uit verkopen aan China. Kortom, POSCO volgt de Zuid-Koreaanse economie op de voet.

De laatste 52 weken alleen al, zijn de aandelen van 55 naar 107 USD gestegen. Deze hausse ligt voornamelijk aan geruchten betreffende de nakende buy-out, terwijl consolidatie van de industrie wereldwijd door gaat. En hier verschijnt mijnheer Buffett ten tonele.

Wederom komt de man uit Omaha er als een genie uit. Maar vele “ingewijden” geloven dat Dhr. Buffett “uitgenodigd” werd om aandelen aan te kopen om de xenofobe Zuid-Koreanen te beschermen tegen een eventuele buitenlandse overname van POSCO. Door deze goede daad is zijn investering, die 572 miljoen bedraagt, nu meer dan 1 miljard USD waard. Het moet wonderlijk zijn om, net zoals Berkshire, over een enorme spaarpot te beschikken zodat de mensen (en regeringen) spontaan komen aankloppen met speciale investeringsmogelijkheden in de aanbieding die u voor een genie doen doorgaan. Maar wat betekent dit alles voor de kleine investeerder? Vergeet POSCO, zeg ik.

Slechts 15 % van de aandelen van het bedrijf zijn in het bezit van institutionele beleggers. Wat concludeert u hieruit? Juist, het is niet omdat Warren het koopt, dat het ook goed is voor ù. Het oude cliché “als iedereen op de hoogte is, is het waarschijnlijk al te laat” zal waarschijnlijk ook toepasselijk zijn op POSCO. Wacht maar af…

Maar dit verhaal brengt me bij een interessant punt voor internationale beleggers. Kennis van de plaatselijk markten is bij beleggen in het buitenland erg belangrijk, vooral indien u gelooft in de fundamentele gegevens van een bedrijf.

Zelfs een groot en succesvol bedrijf als POSCO wordt ervan verdacht er onheldere boekhoudkundige praktijken op na te houden en een pover openbaar informatiebeleid via lokale besturen te voeren.

Het aankopen van een ADR van een individueel buitenlands bedrijf, enkel omdat dit een handige manier is om buitenlandse aandelen aan te kopen kan gevaarlijk zijn voor uw investeringskapitaal. Kennis van de plaatselijke omstandigheden is cruciaal indien u zich wenst in te laten met opkomende markten.

Het is belangrijk dat u onthoudt dat de ruchtbaarheid van een bedrijf - in het bijzonder een buitenlands bedrijf - in de media niet het enige criterium mag zijn om er aandelen van te kopen. Ga op zoek naar plaatselijke informatie via een erkende plaatselijke effectenmakelaar (die in het land van het bedrijf gevestigd is) of koop een ETF of een mutual fund (beide impliceren normaliter vakkennis).

Daarenboven, wanneer een goeroe stilletjes aandelen van een bedrijf koopt, rekent hij er uiteindelijk op dat u aanwezig zal zijn om zijn winst te doen toenemen. Het enige wat hij nodig heeft is publiciteit om “zijn hengel te kunnen uitwerpen”.

Het gebrek aan transparantie dat in vele opkomende markten heerst, zorgt er trouwens voor dat mediamanipulatie een zorgwekkend reëel risico wordt. Zorg er dus voor dat u steeds met iemand in contact staat die “tussen de plaatselijke regels kan lezen”.

Sinds de paparazzi van de financiële wereld ontdekt hebben dat de goeroe-investeerder Warren Buffett stilletjes aandelen van de Zuid-Koreaanse staalgigant aan het aankopen was (Buffetts bedrijf Bershire-Hathaway bezit 4 %, die nu samen zo’n 1 miljard USD waard zijn), zijn POSCO-aandelen de laatste nieuwe rage. Hoog tijd dus om even een kijkje te nemen naar dit symbool van Koreaans succes.

POSCO, ook bekend als Gwangyang Steel Works, werd in 1968 door middel van een staatsmandaat opgericht met het oog op de heropbouw van de zieltogende industriële infrastructuur van het land. Door het samenspel van de gevoerde binnenlandse beschermingspolitiek en de groeiende Zuid-Koreaanse economie, kon het bedrijf floreren. In 2000 werd het geprivatiseerd en schakelde het naar de hoogste versnelling.

Het bedrijf stelt tegenwoordig haast 10.000 werknemers te werk en verwezenlijkt een jaaromzet van meer dan 21 miljard USD, met winstmarges van om en bij 15 %. De meeste investeerders beschouwen staal als een grondstof en zulke hoge marges overtreffen de stoutste verwachtingen. De winsten in de sector van de staalindustrie bereikten in 2006 een hoogtepunt, hoofdzakelijk omwille van de economische hausse op de opkomende markten. Het gemiddelde voor deze industrie schommelde trouwens rond 16 %. Wat is hier dus zo speciaal, als men bedenkt dat POSCO een monopolie heeft?

Een ander gegeven waar investeerders rekening moeten mee houden alvorens op de POSCO-kar te springen is het feit dat meer dan 76 % van POSCO’s inkomsten nationaal worden gegenereerd. Sommigen verklaren het succes van POSCO ten dele aan de hand van de strategische positie van het bedrijf (een directe buur van China), maar de werkelijkheid spreekt dit tegen. Het bedrijf heeft slechts 6 % winst gemaakt uit verkopen aan China. Kortom, POSCO volgt de Zuid-Koreaanse economie op de voet.

De laatste 52 weken alleen al, zijn de aandelen van 55 naar 107 USD gestegen. Deze hausse ligt voornamelijk aan geruchten betreffende de nakende buy-out, terwijl consolidatie van de industrie wereldwijd door gaat. En hier verschijnt mijnheer Buffett ten tonele.

Wederom komt de man uit Omaha er als een genie uit. Maar vele “ingewijden” geloven dat Dhr. Buffett “uitgenodigd” werd om aandelen aan te kopen om de xenofobe Zuid-Koreanen te beschermen tegen een eventuele buitenlandse overname van POSCO. Door deze goede daad is zijn investering, die 572 miljoen bedraagt, nu meer dan 1 miljard USD waard.
Het moet wonderlijk zijn om, net zoals Berkshire, over een enorme spaarpot te beschikken zodat de mensen (en regeringen) spontaan komen aankloppen met speciale investeringsmogelijkheden in de aanbieding die u voor een genie doen doorgaan. Maar wat betekent dit alles voor de kleine investeerder? Vergeet POSCO, zeg ik.

Slechts 15 % van de aandelen van het bedrijf zijn in het bezit van institutionele beleggers. Wat concludeert u hieruit? Juist, het is niet omdat Warren het koopt, dat het ook goed is voor ù. Het oude cliché “als iedereen op de hoogte is, is het waarschijnlijk al te laat” zal waarschijnlijk ook toepasselijk zijn op POSCO. Wacht maar af…

Maar dit verhaal brengt me bij een interessant punt voor internationale beleggers. Kennis van de plaatselijk markten is bij beleggen in het buitenland erg belangrijk, vooral indien u gelooft in de fundamentele gegevens van een bedrijf.

Zelfs een groot en succesvol bedrijf als POSCO wordt ervan verdacht er onheldere boekhoudkundige praktijken op na te houden en een pover openbaar informatiebeleid via lokale besturen te voeren.

Het aankopen van een ADR van een individueel buitenlands bedrijf, enkel omdat dit een handige manier is om buitenlandse aandelen aan te kopen kan gevaarlijk zijn voor uw investeringskapitaal. Kennis van de plaatselijke omstandigheden is cruciaal indien u zich wenst in te laten met opkomende markten.

Het is belangrijk dat u onthoudt dat de ruchtbaarheid van een bedrijf - in het bijzonder een buitenlands bedrijf - in de media niet het enige criterium mag zijn om er aandelen van te kopen. Ga op zoek naar plaatselijke informatie via een erkende plaatselijke effectenmakelaar (die in het land van het bedrijf gevestigd is) of koop een ETF of een mutual fund (beide impliceren normaliter vakkennis).

Daarenboven, wanneer een goeroe stilletjes aandelen van een bedrijf koopt, rekent hij er uiteindelijk op dat u aanwezig zal zijn om zijn winst te doen toenemen. Het enige wat hij nodig heeft is publiciteit om “zijn hengel te kunnen uitwerpen”.

Het gebrek aan transparantie dat in vele opkomende markten heerst, zorgt er trouwens voor dat mediamanipulatie een zorgwekkend reëel risico wordt. Zorg er dus voor dat u steeds met iemand in contact staat die “tussen de plaatselijke regels kan lezen”.

Sinds de paparazzi van de financiële wereld ontdekt hebben dat de goeroe-investeerder Warren Buffett stilletjes aandelen van de Zuid-Koreaanse staalgigant aan het aankopen was (Buffetts bedrijf Bershire-Hathaway bezit 4 %, die nu samen zo’n 1 miljard USD waard zijn), zijn POSCO-aandelen de laatste nieuwe rage. Hoog tijd dus om even een kijkje te nemen naar dit symbool van Koreaans succes.

POSCO, ook bekend als Gwangyang Steel Works, werd in 1968 door middel van een staatsmandaat opgericht met het oog op de heropbouw van de zieltogende industriële infrastructuur van het land. Door het samenspel van de gevoerde binnenlandse beschermingspolitiek en de groeiende Zuid-Koreaanse economie, kon het bedrijf floreren. In 2000 werd het geprivatiseerd en schakelde het naar de hoogste versnelling.

Het bedrijf stelt tegenwoordig haast 10.000 werknemers te werk en verwezenlijkt een jaaromzet van meer dan 21 miljard USD, met winstmarges van om en bij 15 %. De meeste investeerders beschouwen staal als een grondstof en zulke hoge marges overtreffen de stoutste verwachtingen. De winsten in de sector van de staalindustrie bereikten in 2006 een hoogtepunt, hoofdzakelijk omwille van de economische hausse op de opkomende markten. Het gemiddelde voor deze industrie schommelde trouwens rond 16 %. Wat is hier dus zo speciaal, als men bedenkt dat POSCO een monopolie heeft?

Een ander gegeven waar investeerders rekening moeten mee houden alvorens op de POSCO-kar te springen is het feit dat meer dan 76 % van POSCO’s inkomsten nationaal worden gegenereerd. Sommigen verklaren het succes van POSCO ten dele aan de hand van de strategische positie van het bedrijf (een directe buur van China), maar de werkelijkheid spreekt dit tegen. Het bedrijf heeft slechts 6 % winst gemaakt uit verkopen aan China. Kortom, POSCO volgt de Zuid-Koreaanse economie op de voet.

De laatste 52 weken alleen al, zijn de aandelen van 55 naar 107 USD gestegen. Deze hausse ligt voornamelijk aan geruchten betreffende de nakende buy-out, terwijl consolidatie van de industrie wereldwijd door gaat. En hier verschijnt mijnheer Buffett ten tonele.

Wederom komt de man uit Omaha er als een genie uit. Maar vele “ingewijden” geloven dat Dhr. Buffett “uitgenodigd” werd om aandelen aan te kopen om de xenofobe Zuid-Koreanen te beschermen tegen een eventuele buitenlandse overname van POSCO. Door deze goede daad is zijn investering, die 572 miljoen bedraagt, nu meer dan 1 miljard USD waard.
Het moet wonderlijk zijn om, net zoals Berkshire, over een enorme spaarpot te beschikken zodat de mensen (en regeringen) spontaan komen aankloppen met speciale investeringsmogelijkheden in de aanbieding die u voor een genie doen doorgaan. Maar wat betekent dit alles voor de kleine investeerder? Vergeet POSCO, zeg ik.

Slechts 15 % van de aandelen van het bedrijf zijn in het bezit van institutionele beleggers. Wat concludeert u hieruit? Juist, het is niet omdat Warren het koopt, dat het ook goed is voor ù. Het oude cliché “als iedereen op de hoogte is, is het waarschijnlijk al te laat” zal waarschijnlijk ook toepasselijk zijn op POSCO. Wacht maar af…

Maar dit verhaal brengt me bij een interessant punt voor internationale beleggers. Kennis van de plaatselijk markten is bij beleggen in het buitenland erg belangrijk, vooral indien u gelooft in de fundamentele gegevens van een bedrijf.

Zelfs een groot en succesvol bedrijf als POSCO wordt ervan verdacht er onheldere boekhoudkundige praktijken op na te houden en een pover openbaar informatiebeleid via lokale besturen te voeren.

Het aankopen van een ADR van een individueel buitenlands bedrijf, enkel omdat dit een handige manier is om buitenlandse aandelen aan te kopen kan gevaarlijk zijn voor uw investeringskapitaal. Kennis van de plaatselijke omstandigheden is cruciaal indien u zich wenst in te laten met opkomende markten.

Het is belangrijk dat u onthoudt dat de ruchtbaarheid van een bedrijf - in het bijzonder een buitenlands bedrijf - in de media niet het enige criterium mag zijn om er aandelen van te kopen. Ga op zoek naar plaatselijke informatie via een erkende plaatselijke effectenmakelaar (die in het land van het bedrijf gevestigd is) of koop een ETF of een mutual fund (beide impliceren normaliter vakkennis).

Daarenboven, wanneer een goeroe stilletjes aandelen van een bedrijf koopt, rekent hij er uiteindelijk op dat u aanwezig zal zijn om zijn winst te doen toenemen. Het enige wat hij nodig heeft is publiciteit om “zijn hengel te kunnen uitwerpen”.

Het gebrek aan transparantie dat in vele opkomende markten heerst, zorgt er trouwens voor dat mediamanipulatie een zorgwekkend reëel risico wordt. Zorg er dus voor dat u steeds met iemand in contact staat die “tussen de plaatselijke regels kan lezen”.

Op 27 februari namen de wereldwijde effectenmarkten een duik. De meeste experts verwachtten een uitverkoop, maar de ééndaagse zwakte was erger dan men had vermoed. Bij nader inzien lijkt het alsof de Chinese Draak kou heeft gevat en dat de rest van de wereld moest niezen… voor de eerste keer.

Iedereen aanziet de Chinese markt als een symbool van de opkomende markten en de laatste jaren is dit land met raketkracht omhooggeschoten. Deze explosieve groei werd voornamelijk aangedreven via door de overheid gesubsidieerde leningen.

Maar de laatste maanden begon de Chinese overheid zich zorgen te maken over de opdoemende gedaante van de “overinvestering”, die een immense vraag naar grondstoffen deed ontstaan ter ondersteuning van de jaarlijkse groei van meer dan 10%.

De vraag duwde de prijzen omhoog en inflatie begon haar lelijke kop op te steken. Maar dat was niet de echte reden waarom de overheid besliste in actie te treden.

Er werd ontdekt dat vele actoren (vooral Generaals uit het leger), die grote verbruikers waren van overheidsleningen, geld begonnen te lenen - niet om in nieuwe bedrijven te investeren maar om op de aandelenmarkt te speculeren.

Deze injectie van leengelden stuwde de prijzen op de aandelenmarkt en de winstverhouding de hoogte in. Bovendien nam in 2006 het handelsvolume op de Chinese markten met meer dan 700% toe!

De Chinese regering verdient een pluim daar ze beslist heeft om daadwerkelijk op te treden om de zaken onder controle te krijgen.

Op 26 februari kondigde de regering in Beijing de vorming aan van een actiegroep die de aanwending van door de overheid gesubsidieerde leningen voor speculatie op de aandelenmarkt zou onderzoeken en de makelaars en investeringsadviseurs die dit procédé vergemakkelijken onder de loep zou nemen.

Dit nieuws kwam aan als een emmer koud water op een smeulende sigaret. Niet geheel verwonderlijk deed er zich ’s anderendaags op de Chinese markt een dip voor van meer dan 8%. Maar daarmee was het niet afgelopen.

Bijna ogenblikkelijk drukten andere wereldmarkten hun meeleven met de Chinese markten uit door lustig mee te duiken. Tot 27 februari had wat er zich op de Chinese markten afspeelde weinig of geen effect op de buitenlandse markten.

Maar deze keer was het anders. Zodra de andere markten begonnen te reageren, kregen de makelaars de raad om hun cliënten op te bellen en een margin call uit te vaardigen op alle rekeningen die wat dun uitgespreid waren. (Wanneer een investeerder aandelen op marge koopt en de rekening onder een zekere waarde daalt, moet de investeerder ofwel meer kapitaal storten ofwel aandelen verkopen - dit is een margin call).

Wel, zoals u zich het wellicht kan voorstellen ontketende dit een wereldwijd sneeuwbaleffect.

“En dan?”, denkt u.

Eén van de voordelen van investeren in opkomende markten is dat deze aandelen een lage correlatie vertonen met de “ontwikkelde” markten. Met andere woorden, wanneer er iets voorvalt op een nationale opkomende markt heeft dit normaal maar weinig invloed op markten in de ontwikkelde wereld en omgekeerd.

Op dinsdag 27 februari 2007 werd via miljarden aan verdampte marktwaarden bewezen dat de “opkomende markt” in China toch wel met de ontwikkelde markten correleert.

Onheilspellender is het feit dat de Chinese regering een unilaterale beslissing nam om op haar eigen markten in te grijpen en dat deze strategie in de hele wereld schokgolven veroorzaakte.

Stel u eens voor… Chinese politici kunnen nu de wereldwijde “vrije markten” beïnvloeden. Zou deze politieke manoeuvre kunnen omslaan tot een daad van politieke en financiële agressie?

Zouden de Chinezen de hebzucht van de vrije wereld gebruiken om broodnodig kapitaal aan te trekken en dan hun eigen markt manipuleren om instabiliteit in het Westen te veroorzaken? Is er hier sprake van een politiek-economische strategie vanwege de Chinezen?

Dit soort paranoia en xenofobie weerhielden onverschrokken wereldinvesteerders er echter niet van om elders te gaan kijken. Vele andere markten hebben trouwens een superieure winstmarge en lage correlatie tentoongespreid in vergelijking met de sirenenzang van de Chinese markten.

In werkelijkheid is het zo dat sommige landen - in het bijzonder naties als China en Rusland - veel te sterk beginnen te correleren met de Westerse markten.

Daarom zullen we ons de komende weken vooral concentreren op minder bekende maar erg goed presterende en minder gecorreleerde markten zoals het land waarover we het volgende week zullen hebben: Peru.

Beeld je het volgende even in. Het is het jaar 2030 en China is het rijkste land ter wereld. Enkele jaren geleden stak men de Verenigde Staten voorbij en het land is nu de supermacht die Amerika in de 20ste eeuw was.

De Yuan is DE reservemunt geworden. Centrale banken houden niet langer het merendeel van hun deviezen aan in Amerikaanse dollar maar investeren vooral in de Chinese Yuan.

Chinese multinationals zijn overal sterk vertegenwoordigd. Coca-Cola is niet langer de grootste frisdrankproducent. Het bedrijf is nu een onderdeel van Chong Qing Brewery.

Eerder al werd General Motors overgenomen door Shanghai Automotive, kocht PetroChina ExxonMobile en werd Citigroup opgeslorpt door China Bank.

Ook diverse vooraanstaande Europese bedrijven belanden in handen van de Chinezen. In het begin van de 21ste eeuw schakelden de meeste van deze bedrijven China in als goedkope producent van allerhande producten, gaande van elektronica tot auto-onderdelen.

Maar de Chinezen waren ambitieuzer dan dat! Ze wilden meer dan goedkoop produceren voor bedrijven zoals Philips, Siemens en General Electric. De Chinezen zagen jarenlang toe hoe deze bedrijven goedkoop produceerden in China, hun eigen merk aan het product verbonden om het vervolgens met een mooie winstmarge verder te verkopen.

Toen de binnenlandse vraag zich begon te ontwikkelen, gingen deze fabrieken hun eigen producten met hun EIGEN merk produceren. Eerst voor de lokale markt maar later werden deze Chinese merken ook met groot succes geëxporteerd naar de rest van de wereld.

Heel wat Amerikaanse en Europese bedrijven schreven hun resultaten jarenlang met rode cijfers. De markt werd overspoeld met Chinese merken die even degelijk waren dan de bestaande producten … maar wel tot de helft goedkoper werden aangeboden.

Het is dan ook niet te verwonderen dat het financiële centrum van de wereld niet langer in New York gevestigd is, maar in Shanghai.

In 2007 zag bijna niemand dit aankomen. Ok, de Chinese economie groeide al enkele jaren met meer dan 10% op jaarbasis en het land verbruikte meer staal en cement dan de rest van de wereld SAMEN.

Maar de economie leek oververhit, klaar voor een crisis. En er waren de nodige correcties. Koopgelegenheid als we er vandaag op terugkijken. Net zoals de kansen die Amerikaanse aandelen boden in 1918, 1932, 1950 of 1982.

Is het bovenstaande te vergezocht?

Wij denken van niet. Dit is geen fictie, maar realiteit. De evolutie is vandaag reeds ingezet en er is niets dat de Chinezen nog kan tegenhouden om hun doel te bereiken.

Als belegger kan je 2 dingen doen. Deze trend negeren en tegen beter weten in blijven vasthouden aan Europese en Amerikaanse aandelen. Sinds de eeuwwisseling bracht deze strategie niets op terwijl landen zoals China, India, Rusland, … rendementen tot 533% realiseerden.

OF je kan de realiteit onder ogen zien en een deel van je vermogen investeren in de supermachten van morgen. De keuze is aan jou.

Je hebt in ieder geval de juiste beslissing gemaakt door in te schrijven op deze voorpublicaties uit “Groeilanden”, een maandelijks nieuwsbrief die we over enkele maanden op de markt zullen brengen.

Aandelen hebben de gewoonte om zich in cycli van ongeveer 16 – 18 jaar te bewegen. Sterke periodes met grote returns, worden steevast afgewisseld door zwakke periodes met negatieve rendementen. De laatste opwaartse cyclus begon in 1981 en eindigde in 1999 (18 jaar dus). Aandelen gingen in die periode 1054% hoger.

Er is echter een activaklasse met een “negatieve correlatie” met aandelen. Dit wil zeggen dat deze beleggingen in waarde STIJGEN wanneer aandelen dalen. En omgekeerd.

Ik heb het hier over grondstoffen. In de periode 1981-1999 toen aandelen 10 keer duurder werden, zagen we de meeste grondstoffen nieuwe dieptepunten opzoeken.

Goud noteerde bijvoorbeeld boven de $800 begin jaren tachtig om naar $250 terug te vallen eind jaren negentig. We noteren vandaag alweer terug $650.

Olie noteerde tegen de $40 in 1980 en daalde naar $10 in 1998. Vandaag zitten we opnieuw aan $55 (na koersen van $80 gezien te hebben).

Goud en olie zijn absoluut geen uitzonderingen. Wie de lange termijn grafieken van grondstoffen bestudeert, merkt hoe de meeste grondstoffen rond 1980 nieuwe highs optekenden om in 1999 absolute dieptepunten te bereiken.

Is het toevallig dat grondstoffen naar een bodem zochten op precies hetzelfde moment dat de NASDAQ 5000 punten bereikte? Ik denk het niet. Het is het zoveelste bewijs dat aandelen en grondstoffen negatief correleren.

Dit werd overigens ook bevestigd in een studie van Barry B. Bannister van Legg Mason. In een uitvoerig rapport “The Inflation Cycle of 2002 tot 2015”, toonde hij aan dat grondstoffen sterk presteren in periodes dat aandelen geen cent opbrengen.

Bannister beschreef ook hoe aandelen en grondstoffen elkaar afwisselen in periodes van 18 jaar. Yep, daar is die cyclus weer!

Jim Rogers, samen met George Soros één van de succesvolste hedge-fund managers uit de geschiedenis, beschrijft het als volgt: “Het is alsof God een trader is die 18 jaar plezier heeft met het handelen in aandelen, vervolgens switcht naar grondstoffen om na een jaar of 18 opnieuw uit verveling over te stappen naar aandelen”.

Als we aannemen dat grondstoffen inderdaad bewegen in cycli van 16 tot 18 jaar, dan mogen beleggers nog enkele mooie jaren verwachten met dit soort beleggingen. Grondstoffen bodemden in 1999 waardoor we pas een top mogen verwachten in 2015-2017. De uptrend is met andere woorden nog maar pas begonnen! Volgens dezelfde logica hoeven we overigens van aandelen tot hetzelfde tijdstip niet veel meer te verwachten.

Vanwaar deze negatieve correlatie tussen aandelen en grondstoffen? De verklaring is eigenlijk simpel. In de periode 1981 – 1999 toen aandelen 10 keer duurder werden, zochten grondstoffen het éne dieptepunt na het andere op. Deze goedkoper wordende grondstoffen bezorgden bedrijven stijgende winstmarges. Stijgende marges, stijgende winsten … en stijgende aandelenkoersen.

Wanneer grondstoffen echter in waarde stijgen, zien we de keerzijde van de medaille. Bedrijven moeten steeds meer betalen voor de basismaterialen waardoor de productiekost flink stijgt. En aangezien deze stijgende kosten meestal niet volledig kunnen doorgerekend worden aan de consument, betekent dit lagere winstmarges. Klinkt logisch, niet?

Opkomende markten, gaande van Bejin tot Lima, trekken tegen een verschroeiende tempo nieuwe gebouwen op. Wie er naartoe reist, wordt met zijn neus op de feiten gedrukt. Het is zonder enige twijfel een gevolg van de economische groei in de wereld en een omgeving met makkelijke kredieten en lage interestvoeten.

Een andere interessante vaststelling is dat er nogal in de hoogte wordt gebouwd. Grote appartementscomplexen en shoppingcentra schieten als paddestoelen uit de grond. Zelfs in armere landen, is vastgoed de grote winnaar van de stijgende welvaart.

Door de dure grondprijzen en een gebrek aan bouwvoorschriften, gaan de meeste constructies verticaal. Beton en staal tot in de hemel!

In de voorbije zes jaar groeide de bouwsector in Azië, Latijns Amerika en het Midden-Oosten met gemiddeld 13% per jaar. Grote constructies en de relatief lage kostprijs van beton en cement hebben de vraag naar deze grondstoffen naar een all-time high gebracht.

Het Mexicaanse Cemex, net 100 jaar geworden, is actief in de productie en distributie van cement en beton. De voorbije jaren deed men een reeks overnames waardoor men nu vertegenwoordigd is in 50 landen.

De reden waarom ik het aandeel bombardeert tot mijn favoriet bedrijf voor 2007, is het feit dat ontwikkelde landen nood hebben aan extra infrastructuur en woningen.

Cemex is geografisch gediversifieerd, uitstekende gemanaged en zal een grote speler blijven in zowel groeilanden als ontwikkelde landen. Maar het verhaal stopt hier niet. De cijfers zijn te aantrekkelijk om ze niet even boven te halen.

In 2006 zal de omzet boven de $50 miljard uitkomen en $4,1 miljard winst voor belastingen opleveren. Het dividendrendement bedroeg in de afgelopen vijf jaar gemiddeld 4,8%.

De winstverwachting bedraagt $3 per aandeel in 2006 en ongeveer $4 tot $5 in 2007. Voor de komende jaren wordt een omzetgroei van 12% tot 17% verwacht.

De meeste beleggers kijken naar aandelen van de “Aziatische tijgers” maar de waarderingen zijn er al redelijk opgelopen. Cemex bezit eveneens een sterke positie in Azië maak kan voor minder dan 10 keer de winst in portefeuille genomen wordt.

Afhankelijk van de winstschattingen noteert het aandeel tegen 6 tot 8 keer de winst van 2007. Ook de komende 12 maanden zitten er verdere koersstijgingen in de pijplijn. Een conservatieve waardering van 10 keer de winst, levert koersen van $40 tot $50 op.

« go back